De rebel van weleer is nu een zakenman

Ronnie Brunswijk, die vanaf 1986 met een groep volgelingen de wapens opnam tegen het Nationaal Leger van Desi Bouterse, is na het sluiten van een vredesakkoord met de regering een loopbaan begonnen als zakenman. De ex-rebellenleider is een welgesteld man geworden, die de autoriteiten irriteert met eigenzinnig outlaw-gedrag. Twee maanden geleden werd hij aangehouden wegens het neerschieten van een vermeende dief in Paramaribo. De rechtbank veroordeelde hem tot acht maanden straf waarvan zes voorwaardelijk. Dit weekeinde kwam hij op vrije voeten.
November 1989. Op een motorjacht in de Commewijne-rivier, in het westen van Suriname, heeft een onwaarschijnlijke ontmoeting plaats. Ronnie Brunswijk, rebellenleider, en Desiree Delano Bouterse, legerleider, doen zaken. Vier maanden eerder heeft Brunswijk, met zijn rug tegen de muur na drie jaar guerrilla, een vredesakkoord gesloten met de regering in Paramaribo, maar daar is weinig van terechtgekomen. Dus waarom niet praten met de man die in elk geval wèl dingen voor elkaar kan krijgen? Het gesprek had een ,,aftastend karakter”, laat Bouterse de pers naderhand weten. De materie was immers ,,complex” en allereerst moest er een ,,sfeer van vertrouwen” worden geschapen. Maar de eerste stap was gezet op weg naar een nationale verzoening, zoals Bouterse het uitdrukte.

Maikel Dapaw, een van de lijfwachten die Brunswijk naar het rendez-vous begeleidde, herinnert zich de uitkomst van het beraad anders. ,,Bouterse zei tegen Brunswijk: ‘Jij kunt veel geld verdienen, als we maar samenwerken.’ West-Suriname was voor Bouterse, Oost-Suriname voor Brunswijk. Tenminste, dat begreep ik van Brunswijk op de terugreis.” Het overleg zou worden voortgezet met een bezoek van Bouterse aan het dorp Drietabbetje, middenin Brunswijks gebied. Dapaw: ,,Ik zei toen: ‘Als Bouterse komt, kunnen we hem zo pakken.’ Maar Brunswijk vond dat niet goed.”

Kort na zijn onbezonnen opmerking over het vermoorden van Bouterse verdween Dapaw op gezag van Brunswijk in de gevangenis van het Junglecommando op Stoelmanseiland. Vrienden fluisterden hem in dat zijn leven op het spel stond. Dapaw wist te ontsnappen en vluchtte via Frans-Guyana naar Nederland, waar hij – vooralsnog tevergeefs – asiel heeft aangevraagd. ,,Ik geloof niet meer in Brunswijk”, zegt de nu 40-jarige bosneger. ,,In het begin was hij een heel goede jongen, maar sinds hij Bouterse heeft ontmoet is alles veranderd. Hij is hebzuchtig geworden.”

Vijf jaar na die eerste ontmoeting met Bouterse is de voormalige bankrover en rebellenleider Brunswijk een welgesteld man geworden. Met de regering is in 1992 een nieuw vredesakkoord gesloten om een eind te maken aan de ‘binnenlandse oorlog’. De rebellen leverden hun wapens in, de regering verleende hun amnestie voor alle misdrijven vanaf 1986 en beloofde te zorgen voor werk. Brunswijk kon zich wijden aan een nieuwe loopbaan als ondernemer of, zoals hij zelf zegt, industrieel. In zijn thuisbasis Moengo in Oost-Suriname drijft hij zijn benzinestation ‘Romeo Bravo’, zijn oude codenaam tijdens de guerrilla. In het binnenland zoeken ‘zijn’ mensen naar goud, dat hij in de hoofdstad verhandelt. Recentelijk heeft hij zich ook op de houthandel geworpen, hardnekkige geruchten doen de ronde dat hij bovendien betrokken is bij drugshandel.

Justitie in Rotterdam onderzoekt de contacten tussen Brunswijk en de van drugshandel verdachte Jacobus L., die in juli een partij van 3.000 kubieke meter hout van Brunswijk kocht. Brunswijk ontkent, afgezien van de hout-transactie, zaken met L. te hebben gedaan. Onder de Surinaamse bevolking heeft Brunswijks imago sinds het vredesakkoord forse deuken opgelopen. De 32-jarige vrijbuiter, wiens mythische status als guerrillastrijder vooral werd gecreëerd door uitgeweken Surinamers in Nederland en Amerika, was onder de stadsbevolking van Paramaribo al nooit echt populair. Recente staaltjes van outlaw-gedrag hebben het alleen maar erger gemaakt. De reeks incidenten is eindeloos. Brunswijk die met auto en al de Suriname-rivier instuift bij een poging de vertrekkende veerpont te halen, zoals in de film. Brunswijk die bij een voetbalwedstrijd met pistool en handgranaat zwaait omdat het publiek hem uitjouwt. Brunswijk die eigenhandig twee van zijn mannen uit een politiecel in Moengo ‘bevrijdt’. Brunswijk die volgens de Surinaamse Rekenkamer in een maand tijd voor 52.228,60 gulden naar het buitenland belt ,,op een telefoonaansluiting van de politie te Moengo”. Brunswijk die door een zakenman wordt beschuldigd van kidnapping en afpersing. Steevast ging hij vrijuit – tot hij in augustus op straat een dief neerschoot en werd aangehouden.

Ook bij zijn eigen bosnegerbevolking is Brunswijk – afkomstig uit een elitaire familie, zijn vader was lijfwacht van een granman – niet meer onomstreden. Van de bevolking werd tijdens de nadagen van de guerrilla-strijd volop gestolen, burgers werden afgetuigd. ,,In het begin stonden ze te juichen langs de rivier als we in onze korjalen langsvoeren”, zegt Frits Hirschland, voormalig secretaris en woordvoerder van het Junglecommando. ,,Later renden ze zo snel mogelijk weg.” De granmans, de gezagsdragers in de bosnegercultuur, hadden Brunswijk en zijn kornuiten altijd al tegen heug en meug geaccepteerd. Hirschland: ,,Het Junglecommando was ook een soort jeugdbeweging binnen de bosnegercultuur. Jonge kerels die met ‘de stad’ in aanraking kwamen en met een geweer gingen rond lopen. Dat ging dwars door de traditionele gezagsverhoudingen heen.”

Op Stoelmanseiland maakten de ex-rebellen zich onmogelijk met vechtpartijen en afpersingen. Op last van een gran krutu (volksvergadering) moesten Brunswijk en zijn mannen het veld ruimen. De besprekingen over ‘nationale verzoening’ tussen Brunswijk en Bouterse raakten na hun eerste ontmoeting op de Commewijne in het slop toen in maart 1990 duizend kilo cocane werd ‘gevonden’ in een vliegtuigje dat wapens naar Brunswijk zou brengen. Bouterse liet Brunswijk in Paramaribo arresteren, twee van zijn lijfwachten werden gedood. Maar een jaar later leek de breuk hersteld. In Drietabbetje had ten slotte de bijeenkomst plaats die Maikel Dapaw had willen verijdelen: Brunswijk en Bouterse zwoeren de vijandelijkheden ,,voor altijd” te beëindigen. ,,Je moet het zo zien: Brunswijk is gezwicht voor het grote geld”, zegt Hirschland. Hij wijt de argwanende toenadering tussen Bouterse en Brunswijk aan Nederland, dat vanaf 1990 niet langer via het Zeister Zendings Genootschap hulp verstrekte aan Oost-Suriname – hulp die volgens Hirschland werd doorgesluisd naar Brunswijk.

,,Er kwam geen geld meer, maar Brunswijk moest toch voor bier en sigaretten zorgen. Dan ga je met Bouterse praten.” Een grote stap was dat voor Brunswijk niet. ,,Hij heeft natuurlijk altijd goed voor zichzelf gezorgd. Hij was een soort onderkoning van het bos, met een hofhouding, lijfwachten en een harem van twintig vrouwen. Daar heb je veel geld voor nodig. En het voordeel voor Bouterse is, dat die geen problemen heeft met Oost-Suriname zolang Brunswijk daar zit en de boel rustig houdt.”

Volgens Eddy Jozefzoon, een van Brunswijks Nederlandse adviseurs die bij de besprekingen waren betrokken, had dat echter niks te maken met een verdeling van invloedssferen. ,,Je tast elkaar natuurlijk wel af. Wie kan waar het beste de zaak tot ontwikkeling brengen? Maar hij heeft zich niet verkocht aan Bouterse”, zegt hij. De Tilburgenaar Eddy Dap, nog altijd actief als adviseur voor het Junglecommando: ,,Dat van die geheime afspraken is een onzinverhaal. Ronnie vertrouwt Bouterse nooit meer, na die moord op zijn lijfwachten.”

Wel onderschrijft Dap het relaas van Hirschland dat Brunswijk het contact met Bouterse aanging omdat hij het steeds moeilijker kreeg met zijn ‘jongens’, die hem ook na de strijd aanspraken voor hun levenonsderhoud. ,,Ze stonden met hun rug tegen de muur. Die jongens moesten ook eten. Wat moet je anders?” Maar de berichten over de verwording van Brunswijk en ‘de jongens’ laten zijn Nederlandse adviseurs niet onberoerd. Jozefzoon, die sinds 1992 niet meer optreedt als adviseur en de lotgevallen van Brunswijk op afstand volgt: ,,Ik heb destijds al gewaarschuwd dat als je iemand hoog laat stijgen en je laat hem dan plotseling vallen – zoals de regering nu met Brunswijk doet – dan krijg je problemen. Dat heb je hier ook gezien met Brinkman.”

Eddy Dap: ,,Die jongens hebben jarenlang met wapens rondgelopen en zijn zwaar getraumatiseerd. Kijk wat er met de Vietnam-veteranen is gebeurd. Natuurlijk glijden ze af. Je kunt dan wel moord en brand schreeuwen dat het criminelen zijn, maar als de regering niets doet aan resocialisatie, krijg je de rekening gepresenteerd.” Ondanks alle verhalen blijft Dap pal achter ‘Ronnie’ staan. ,,Zodra ik het idee krijg dat hij in dubieuze zaakjes zit, haak ik af. Dat weet hij ook. Maar tot nu toe heeft hij alles altijd kunnen uitleggen.”

In Paramaribo loopt de rekening intussen dagelijks op. ‘Jungles’ en mannen van Bouterse hebben elkaar gevonden in een schemercircuit, waarbij over en weer diensten worden verleend. Het trefcentrum van de ex-Junglecommando’s, de ‘Brother’s Bar’ in Pont-Buiten aan de rand van de stad, is volgens de politie een broeinest van criminaliteit. De activist voor de rechten van de mens Stanley Rensch signaleert dat ex-Junglecommando’s worden ingehuurd als zware jongens om schulden te innen en conflicten in de drugswereld te ‘regelen’. Hirschland spreekt van een complot in Bouterse-kringen om de Surinaamse Bank te laten beroven door ex-Jungles. ,,Het is hun aangeboden, om de rotzooi in het land nog wat te vergroten. Maar ze zijn er niet op ingegaan, ze waren bang naderhand door Bouterse te worden vermoord.”

Hij vertelt hoe makkelijk ex-Junglecommando’s in de ban raken van power-broker Bouterse: ,,Een vooraanstaande figuur in het Junglecommando werd opgehaald door de chauffeur van meneer Bouterse, voor een gesprek. Met tranen in zijn ogen kwam-ie terug. Dat Bouterse zo’n fantastische man was. Dat hij het allemaal niet zo slecht meende, enzovoorts. Zo gaat dat.”

Stanley Rensch: ,,Het probleem in Suriname is dat je twee machten hebt die zich als communicerende vaten tot elkaar verhouden. De officiële macht van de regering en de informele macht van Bouterse. Die jongens van het Junglecommando worden automatisch naar Bouterse gedreven, omdat de regering niets voor ze doet.”

Voor sommigen loopt dat onfortuinlijk af, zoals voor ‘commandant Paco’, vorige week onder mysterieuze omstandigheden omgekomen tijdens een boottochtje over het Brokopondo-stuwmeer. Een afrekening vanuit Bouterse-kringen is niet uitgesloten. Zo groeit in Suriname de schaduwstaat: een patronage-systeem van criminele, militaire en economische macht dat het officiële gezag ver achter zich laat.

Volgens de Amsterdamse advocaat André Haakmat, een bekende van zowel Bouterse als Brunswijk, past die ontwikkeling naadloos in de ‘zuidamerikanisering’ van het land. Haakmat: ,,President Venetiaan – de man met ’tien schone vingers’ – is hekkesluiter van de westers-christelijke cultuurfase in Suriname, de tijd dat de ‘fatsoenlijke’ Creoolse stadselite het voor het zeggen had. Voor hem in de plaats komt de self made man Bouterse, met zijn boodschap van ‘hard werken en niet zeuren over democratie of mensenrechten’.” De boodschap slaat vooral aan bij de jeugd.

Haakmat: ,,Zij zien Bouterse helemaal niet als een moordenaar of een drugshandelaar maar als iemand die het heeft gemáákt. Van sergeant tot multi-miljonair, dat is the American Dream. En dat is ook wat Brunswijk in Bouterse aanspreekt. Hij vertrouwt hem misschien niet, maar hij kijkt wel naar hem op.” Suriname, meent Haakmat, keert zo terug naar zijn ‘natuurlijke staat’. ,,Het land wordt nu in zekere zin weer authentieker, en daar horen een Brunswijk en een Bouterse meer bij dan een Haakmat. Nederland heeft een plekje in het bos opengekapt. Nu herneemt de natuur haar loop.”

Date:
October 24, 1984
Categories:
Tags:
Boxes:
Years:
Persons:
META DATA
Scroll to Top