In de onderstaande figuur is te zien dat Suriname zowel het westelijke betwiste gebied met Guyana( het Tigrigebied), als het oostelijke betwiste gebied met Frans Guyana niet heeft gemeten. V.w.b. het westelijke betwiste gebied( Tigrigebied) zijn de meetpunten langs de Coeroenierivier gekozen, en niet langs de Boven-Corantijn( New River), terwijl v.w.b. het oostelijke betwiste gebied de meetpunten langs de Litanirivier gekozen zijn, en niet langs de Marowini.
Guyana heeft het Tigrigebied wel gemeten, n.l. met twee verschillende technieken, Aerodist en Doppler( satelliet). Het meest oostelijke punt daarbij is het punt Kutari, beter bekend onder de naam Farogle.
Farogle vanuit het NW. Op deze heuvel ligt het punt Kutari van het Guyanese driehoeksnet..
De meettoren van K.L.M. Aerocarto op punt 18Deze foto laat de meettoren zien op punt 18 van het Surinaamse driehoeksnet. Volgens mijn analyse bevindt deze toren zich vlakbij( ongeveer 100 m) het oostelijke drielandenpunt van 1937. Blijkbaar kon men de exacte plaats van het drielandenpunt niet terugvinden toen de meettoren in het terrein werd geinstalleerd.
In 1978 heeft de Surinaamse regering aan K.L.M. Aerocarto de opdracht gegeven om het zuidelijke gedeelte van Suriname m.b.v. de Doppler techniek( satelliet) op te meten. Dit was de gelegenheid om de eerder gemaakte fout te korrigeren, en de betwiste gebieden te meten. Maar ook tijdens deze korruptie-project zijn de betwiste gebieden niet gemeten, zoals de onderstaande figuur laat zien. Wil Suriname nog aanspraak maken op de betwiste gebieden, dan is het tonen van de juiste kaart niet voldoende( zie Map of Suriname), maar zal men de bovenstaande fout ook moeten herstellen.
Door de laffe politiek van appeasement van opeenvolgende Surinaamse regeringen heeft men het Tigrigebied praktisch al weggegeven aan Guyana. Infeite is deze politiek in 1903 geintroduceerd door Nederland, en daarna door Surinaamse regeringen overgenomen.
Deze laffe politiek is heel duidelijk zichtbaar in de bouw van de brug over de Corantijn, waarbij de huidige regering de regie hierover in de handen van de Guyanezen heeft gelegd( Appeasementpolitiek betekent dat men concessies doet aan een agressieve buitenlandse macht om oorlog te voorkomen).
Alsnog metingen doen langs de Boven-Corantijn, de Marowini en in de betwiste gebieden. Dit zou laten zien dat Suriname tenminste de intensie heeft om beheersdaden te verrichten.
.
Het oostelijke drielandenpunt – punt 18 van het driehoeksnet
Onderstaand is de brief aan de ambassadeur in Brazilie met het verzoek aan de Braziliaanse regering om vanaf het HIRAN station 15 in Brazilie( nabij de Mamia Pakoro site) metingen naar een aantal stations van het Surinaamse driehoeksnet te mogen verrichten.
Zijner Excellentie de Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden, te Rio de Janeiro.
Paramaribo, 10 september 1968
Eerst thans ontving ik van de Minister President alhier het verzoek om de medewerking van Uwe Excellentie te willen inroepen voor ondervolgende aangelegenheid. In het kader van de ontwikkeling van Suriname zullen vanaf 1 augustus 1968 tot ca. 1 februari 1969 uitgebreide landmeetkundige metingen worden uitgevoerd, over het gehele land verspreid. Deze metingen zullen worden gekoppeld aan een aantal zogenaamde Hiranpunten, welke enkele jaren geleden zijn gemeten door de Coast and Geodetic Survey Department (U.S.A.). Een van deze Hiranpunten is gelegen juist ten zuiden van Suriname in Brazilië( λ = +/- 55°53′, ϕ = +/- 2°00′). Het verzoek behelst het verkrijgen van toestemming om vanaf genoemd Hiranpunt gedurende ca. 1 à 2 weken in de genoemde periode metingen te mogen uitvoeren naar in Suriname gelegen punten. Deze metingen geschieden door plaatsing van een electronisch meetinstrument op het punt; m.b.v. een vliegtuig wordt dan de opstand gemeten naar de Surinaamse punten. De meetploeg zal bestaan uit 3 man, welke per helicopter naar het punt zullen worden gebracht. Een aantrekkelijk aspect van het opnemen met behulp van dit Hiranpunt in deze metingen is, dat bij uitbreiding van driehoeksnetten tot aan de grens, de driehoeksnetten van beide landen aan elkaar kunnen worden gekoppeld, waardoor wederzijds controle mogelijk is. Recapitulerend, wordt de toestemming van de Braziliaanse Regering verzocht:
1. dat vanaf het Hiranpunt H 15, gelegen nabj de bovenloop van de Rio Paroe (2°N.B. en 55°53’W.L.) metingen worden verricht door een Surinaamse werkgroep;
2. dat gedurende de periode 1 augustus 1968 t/m 31 juni 1970 de grens met vliegtuigen wordt overschreden, teneinde de afstanden tussen de punten 13, 21, 122, 14, 20, (H 15), 121, 118, 19, 128, 18 en 120 met behulp van Aerodistapparatuur te kunnen meten;
3. dat het terrein nabij H 15 door het daarbij betrokken personeel mag worden opgeschoond ter ontvangst van een helicopter en dat dit personeel gedurende 2 à 3 weken nabij H 15 mag kamperen voor het verrichten van bedieningswerkzaamheden aan de apparatuur.
Ik moge ter toelichting van bovenstaand verzoek Uwer Excellentie ingesloten een kaart hieromtrent doen toekomen. Het zal op hoge prijs worden gesteld, indien Uwe Excellentie de toestemming van de Braziliaanse Regering zou willen verzoeken, waarna ik, zo mogelijk telegrafisch, Uw antwoord tegemoetzie.
DE GOUVERNEUR VAN SURINAME, Voor de Gouverneur: De Wnd.Directeur van het Kabinet,
(Mr. R. Bender)
.
Gravity anomalies( Dg) en ( EGM2008 + RTM) schietloodafwijkingen( DOV) in en rondom Suriname
De onderstaande kaart laat de Franse astronomische metingen in 1937 en 1948 langs de Litani, de Marouini en de Tampoc zien. I.v.m. de kaartering van Zuid Suriname zijn in Maart 1959 de koordinaten van de astro punten langs de Litani( en dus niet die langs de Marouini) door de Franse autoriteiten ter beschikking gesteld aan het C.B.L. te Paramaribo. Later in 1968 tijdens de meting van het Surinaamse driehoeksnet zijn de meetpunten niet langs de Marouini, maar langs de Litani gekozen( zie de meettoren op/nabij het drielandenpunt van 1937).
Uit de correspondentie blijkt dat tijdens de metingen van de “Inter-American Geodetic Survey” in 1960 een poging werd gedaan om “Buried Mark A” en “Pillar A” terug te vinden. Gevonden werd, dat “Buried Mark A” was verplaatst door de zee en dat “Pillar A” verdwenen was. Voorgesteld werd om een nieuw merkteken te plaatsen in richting 190° van “Mark B” 100m landwaarts en dit te noemen “Mark C”. Bij schrijven No. 1846/209Wk – 1962 werd door de Minister van Defensie (Marine) aan de Minister van Buitenlandse Zaken medegedeeld, dat zijnerzijds geen bezwaren bestonden betreffende de plaatsing van “Mark C”, waarbij verzocht werd om bij deze plaatsing richtingen en afstanden te bepalen van “Mark B” tot de traliemast, c.q. houten baken en het A.S. punt Kayser Phipps 1936, nabij het, “Government Rest House” te Benab, bestaande uit een “small concrete mark”, gelegen 8,5m van de NE-hoek en 14,4m van de NW-hoek van genoemd “Rest House”, en waarvan de coördinaten bedragen: 5°59’0″,09 N en 57°08’55”,12 W. Tot op heden werd op dit verzoek niet gereageerd.