KWB-FB – Het Wereldwijde Satellietnetwerk van de Ohio State University
Het Wereldwijde Satellietnetwerk van de Ohio State University

In geen enkele wetenschappelijke publikatie van de Technische Universiteit van Delft( afdeling Geodesie) wordt melding gemaakt van de belangrijke satellietmetingen op Zanderij. In tegenstelling tot de TU Delft heeft de Ohio State University uitgebreid gerapporteerd over deze collocated station, welke deel uitmaakt van wereldwijde satellietnetwerken. De belangrijkste publikatie is, Global Satellite Triangulation and Trilateration for the National Geodetic Satellite Program( Solutions WN 12, 14 and 16). Een verkorte versie hiervan is, Global Satellite Triangulation and Trilateration Results, JGR, Dec 10, 1974.

Een Geodetisch Profiel van Suriname, ingenieursscriptie van L.C. Herinckx aan de Technische Universiteit van Delft, Afdeling der Geodesie, Delft, 1980.
In het voorwoord van deze scriptie is het volgende opgenomen. Aanvankelijk vormden de zwaartekrachtmetingen geen onderdeel van het project: op advies van de Rijkscommissie voor Geodesie zijn deze, in het laatste stadium van de waterpassing, alsnog toegevoegd aan het project. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van dit deelproject berustte bij het Centraal Bureau voor Luchtkaartering, hierbij vertegenwoordigd door de direkteur Ir. J.B. Wekker. In dienst van het C.B.L. heb ik de metingen uitgevoerd in de periode september-december 1978. Ir. K. Koole was adviseur in Suriname.
Op blz 28 wordt beschreven hoe het Zanderij datum is gedefinieerd. Het net is aangesloten op 1 1/2 HIRAN punt, met de oude koordinaten in het P.S.A.D.’56. In tegenstelling met hetgeen hieromtrent wordt aangenomen is voor de orientering van het net geen gebruik gemaakt van astronomisch bepaalde azimuts. Met de keuze van de schrankingsbasis en de al eerder aangenomen vormparameters van de Internationale Ellipsoide is de eerste local datum van Suriname gedefinieerd( Zanderij als datumpoint).
Ook in de beschrijving van het Zanderij datum wordt met geen enkel woord gerept over het feit dat Zanderij een collocated satellietstation was. Deze scriptie refereert wel het GEM 10 model van NASA voor de Dopplerstations in Zuid Suriname waarin geen waterpasmetingen zijn verricht( Gravity Model Improvement Using Geos-3 (GEM 9 and 10), JGR, July 30, 1979). Zie ook, GRAVITY MODEL IMPROVEMENT USING GEOS-3 (GEM 9 & 10), NASA-TM-X-71414. De data van het wereldwijde BC-4 satelliettriangulatie netwerk is gebruikt in twee eerdere modellen van de NASA( GEM 5 en 6) en is beschreven in rapport NASA-TM-X-70868.

De Smithsonian Astrophysical Observatory heeft ook verschillende zwaartekrachtmodellen van de Aarde bepaald, zoals Standard Earth III( SE III). Ook in de modellen van deze instituut zijn de satellietmetingen op Zanderij opgenomen. Zie, 1973 SMITHSONIAN STANDARD EARTH (III). Special Report 353. Een verkorte versie hiervan is, Earth’s Gravity Field to the Eighteenth Degree and Geocentric Coordinates for 104 Stations From Satellite and Terrestrial Data, JGR, Dec 10, 1974.
.

In het NASA rapport ( NASA SP-365), bestaande uit twee delen( 1030 p.), wordt ook een uitgebreide beschrijving gegeven van het wereldwijde Doppler satellietnetwerk, waarvan Zanderij( 2815) een station van deze netwerk was( Part I, p.139-246) . Het wereldwijde Doppler satellietnetwerk is ook beschreven in, Transformation of Terrestrial Survey Data to Doppler Satellite Datum, JGR, Dec 10, 1974.
Faculteit Geodesie opgeheven door TU Delft.
Vanaf 1948 was Geodesie een volwaardige vijfjarige opleiding tot Geodetisch Ingenieur. Deze opleiding stopte in 2003. Belangrijke onderdelen van het geodetisch onderzoek werden elders ondergebracht. Een deel van het aardgericht ruimteonderzoek ging naar de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek( Aerospace Engineering). Delen van de Kadastrale Landmeetkunde gingen naar het Onderzoeksinstituut Technische Bestuurskunde. In het nieuwe gebouw voor Geodesie aan de Thijsseweg 11, waar de geodetische gemeenschap eens zo trots op was en welke in 1976 nog door prins Claus werd geopend, bevinden zich thans vele bedrijven samen met het Nationaal Metrologisch Instituut.
.
Testing Theory and the Minimal Detectable Bias
Quality control is described by internal and external reliability according to the Delft philosophy. Internal reliability describes the ability to find biases in observational data and is represented accordingly by the Minimal Detectable Bias (MDB). It is the size of a model error that can just be detected with a certain probability, using the appropriate test statistic. External reliability describes the effect of not detected errors on the final results of the estimated parameters in an adjustment computation. In practical computations, the size of these undetected errors is set equal to the MDB. In this paper a review is given of the Delft approach of statistical testing observations and the MDB.
It is proved that the developed test statistics, in fact, project the sum of all occurred model errors on the direction defined by the alternative hypothesis and, consequently, the MDB thus does not say anything about the minimal bias which can be detected by testing the observations according to the theory.
INTRODUCTION
In the last decade several papers have been published regarding the testing of GPS observations, e.g. Tiberius (1998) and Wieser (2004). The applied method is basically the one developed by Baarda (1968) for classical geodetic networks and later extended by Teunissen (1986) and Teunissen (1998) for GPS observations. In Salzman (1991), reliability is described as the sensitivity of the estimation results to undetected model errors. Critical notes regarding the Delft approach of testing observations can be found in Vanicek et al. (1999) in which the Delft method is rejected in comparison to other methods. It is said that Baarda’s method is rejected because of the questionable assumptions made regarding the equivalence of the global and local non-centrality parameters.
The conducted investigation regarding the Delft method of testing observations hereafter focuses on the geometry of the developed test statistics and the concept of the Minimal Detectable Bias (MDB). Based on the geometry of the test statistics it is concluded that these test statistics project the occurred model error(s) on the direction of every defined alternative hypothesis and, consequently, the MDB does not say anything about the minimal bias which can be detected by the developed test statistics. The geometry of the test statistic also shows that the computed value of the test statistic gives the minimal bias which can be detected by the test.
SPATIAL SCIENCE, Vol. 51, No. 1, June 2006
[In deze peer reviewed artikel, welke is gepubliceerd in SPATIAL SCIENCE, worden de tekortkomingen van de Delftse methode van toetsen van waarnemingen blootgelegd. De meetkundige interpretatie van ondergetekende leidt tot enige interessante konklusies.]

BIJLAGE I bij HY-1001
Gegevens grens Suriname – Brits Guyana
In 1936 werd door een Brits-Nederlandse grenscommissie de positie bepaald van het N-lijkste cementen baak van een stel “concrete markers” (“A buried”, zie schets) aan de W-zijde van Corantijn mond met als uitkomst:
5°59’53”,8 N / 57°8’51”,5 W (zie archief Hydrografie No. 36515/2/28-5 maart 1959). 3 m beN “A buried” in richting 10° werd “Pillar A” opgericht. In richting 190° 220m van “A buried” werd “B buried” geplaatst en 3 m in dezelfde richting “Pillar B”. Voorts werd een “Wooden Beacon” opgericht op ± 30 m in richting 190° van “B buried”
Het houten baken is een driekantige piramide, 10 m hoog, op een basis waarvan de zijden 10 m lang zijn. Het baken is wit geschilderd en gelegen op een stuk onbebouwd land ± 1400 m Noord van “Village 63” (Benab) (zie notulen 3e zitting commissie, belast met het bepalen van de grens tussen Suriname en Brits-Guyana in archief Chef Hydrografie).
De positie van dit baken is volgens de officiële stukken in archief Chef Hydrografie: 5°59’45”,7 N/ 57°08’52”,7 W.
Dit baken is vanuit zee zichtbaar. Volgens B.a.Z. 250/3179-1938 geeft een lijn vanuit dit baken getrokken in richting N 010° E de grens aan tussen de Nederlandse en Britse territoriale wateren in de Corantijn monding. Voorts geeft dit B.a.Z. aan, dat het houten baak 6,05 zm 356,5° vanaf de schoorsteen van Springlands is gelegen. Daar deze schoorsteen verdwenen is, werd van dit gegeven geen gebruik meer gemaakt. Het houten baken komt niet meer voor op de Ned. zeekaart 2228, wel de “Traliemast” waarvan de coördinaten, gebaseerd op de luchtkaartering KLM bedragen;
5°59’41”,67 N en 57°08’49”,76 W
5°59’45”,70 N en 57°08’52”,70 W
4″,03 en 2″,94( 120m en 88m)
Waarschijnlijk is dus, dat het houten baken indertijd is vervangen door een traliemast. Havenwezen Paramaribo heeft telegrafisch deze veronderstelling bevestigd. Bovenstaande verschillen van ± 120 m in breedte en ± 88 m in lengte geven bovendien een indruk van de aansluiting Ned zeekaarten aan Brits-Guyana, die, zoals blijkt, geringe verschillen oplevert. Uit de correspondentie blijkt (zie No. 2658/209 – 8 maart 1962 archief Hydrografie), dat tijdens de metingen van de “Inter-American Geodetic Survey” in 1960 een poging werd gedaan om “Buried Mark A” en “Pillar A” terug te vinden. Bevonden werd, dat “Buried Mark A” was verplaatst door de zee en dat “Pillar A” verdwenen was.
Voorgesteld werd om een nieuw merkteken te plaatsen in richting 190° van “Mark B” 100m landwaarts en dit te noemen “Mark C”. Bij schrijven No. 1846/209Wk – 1962 werd door de Minister van Defensie (Marine) aan de Minister van Buitenlandse Zaken medegedeeld, dat zijnerzijds geen bezwaren bestonden betreffende de plaatsing van “Mark C”, waarbij verzocht werd om bij deze plaatsing richtingen en afstanden te bepalen van “Mark B” tot de traliemast, c.q. houten baken en het A.S. punt Kayser Phipps 1936, nabij het, “Government Rest House” te Benab, bestaande uit een “small concrete mark”, gelegen 8,5m van de NE-hoek en 14,4m van de NW-hoek van genoemd “Rest House”, en waarvan de coördinaten bedragen: 5°59’0″,09 N en 57°08’55”,12 W. Tot op heden werd op dit verzoek niet gereageerd.

Het Surinaamse Doppler satellietnetwerk.
In het artikel Dopplersatellieten-plaatsbepaling gepubliceerd in het Nederlands Geodetisch Tijdschrift( NGT, Feb 1979) door P. Richardus en H.H. Schuringa wordt een analyse gegeven van de nauwkeurigheid van het Surinaamse Doppler satellietnetwerk, welke in 1978 gemeten is door K.L.M. Aerocarto. Ook in deze wetenschappelijke publicatie wordt met geen enkel woord gerept over het feit dat Zanderij een station was van het wereldwijde Doppler satellietnetwerk. In de onderstaande figuur van het netwerk is te zien dat station 20 van het Surinaamse driehoeksnet naar het noorden is verplaatst( station 24, Doppler). Het station 20( Aerodist) bevindt zich in Brazilie vlakbij de Mamia Pakoro site, waarover al een uitgebreide analyse is gegeven. In de literatuurlijst van het bovenstaande artikel is wel opgenomen de wetenschappelijke publicatie over het GEM 9 en GEM 10 zwaartekrachtmodel van de NASA( zie rapport NASA-TM-X-71414).
Literatuur
[…]
8. LERCH, F. J., S. M. KLOSKO and R. E. LAUPSCHER, Gravity Model Improvement Using Geos-3 (GEM 9 and GEM 10), GSFC 1977.
Het blijkt dat de CORS Zanderij grote data gaps vertoont( zie website NGS). Sedert 2015 is de CORS Nickerie uit het netwerk van NGS verwijderd. Blijkbaar kan MIGLIS de Surinaamse CORS niet beheren( incompetentie en korruptie). De zaak is indertijd toch door een Arubaan belazerd?
NASA / SGP: Space Geodesy Project
Zie voor verdere details de website van NASA Space Geodesy Project.
https://space-geodesy.nasa.gov
CDDIS NASA’s Archive of Space Geodesy Data

Gravity anomalies( Dg) en ( EGM2008 + RTM) schietloodafwijkingen( DOV) in en rondom Suriname.