Paranoia of reëel gevaar?

OSO Tijdschrift voor Surinaamse taalkunde letterkunde en geschiedenis

Was links nu vanuit die focusversmalling, een beetje paranoia of waren er goede gronden om contrarevolutionaire activiteiten van buiten, maar misschien ook van binnenuit te verwachten? Volgens een aantal bronnen zouden er wel degelijk plannen bestaan hebben om het Cubaans georienteerde Suriname terug aan de leiband te leggen.

Op 12 december 1982 ontmoette André Haakmat een zekere Bob Hogan in Hotel Babylon te Den Haag (Haakmat 1987: 201). Haakmat laat deze CIA-man zeggen: ‘Het punt is, de Verenigde Staten kunnen met toestaan dat Cuba bepaalt wat in Suriname gebeurt. De Cubanen hebben genoeg ellende veroorzaakt in onze regio. Ze moeren gestopt worden. Suriname mag nier hun Gateway to the South American hinterland worden. Nooit!’

In de periode voor en na de decembermoorden gingen er voortdurend geruchten over een mogelijke Amerikaanse interventie. Wat was waarheid, wat was fictie?

Marten Schalkwijk die toen op het ministerie van Buitenlandse Zaken werkte:

Enkele jaren geleden kwam ik toevallig in contact met een voormalige veiligheidsadviseur op topniveau van Ronald Reagan. Toen hij vernam dat ik uit Suriname kwam, wilde hij me iets toevertrouwen dat hem blijkbaar dwars zat. Eigenlijk verontschuldigde hij zich dat de Verenigde Staren toen inderdaad plannen hadden om Suriname binnen te vallen. Dat leek me een oprechte ontboezeming van die man, die nogmaals bevestigde dat al die geruchten niet zonder grond zijn geweest (Lotens 2004: 92).

De Amerikaanse onderzoeksjournalist Bob Woodward beaamt dat er in de periode 1981 tot 1987 CIA-plannen zijn geweest om Suriname te destabiliseren. Volgens Woodward gebeurde dit echter pas na december 1981 en op verzoek van Surinaamse bannelingen in Nederland. *15

Er moeten ook al eerder plannen geweest zijn, want in begin 1982 – nog voor de decembermoorden dus – stuurde de toenmalige Nederlandse minister van Defensie Hans van Mierlo in het diepste geheim kolonel Schulte naar de VS om het Pentagon ervan te weerhouden zijn spierballen in Suriname te tonen. De Landmachtinlichtingendienst (Lamid) had immersserieuze aanwijzingen dat president Reagan bezorgd was om het geflirt van Bouterse met Castro. Hij vreesde voor een ‘nieuw Cuba’ in de achtertuin van de VS. *16

Er blijven heel veel vragen bestaan rond de rol van de inlichtingendiensten van verschillende landen. Ook Frankrijk, bevreesd voor het vrijheidsstreven van de eigen bevolking in Frans-Guyana, volgde met argusogen de gebeurtenissen aan de overkant van de Marowijne. *17

Volgens Bliek man is Suriname een strijdterrein geweest waarop de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), de Inlichtingendienst Buitenland (IDB), de Centrale Inlichtingen Dienst (CID), de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) en de Militaire Inlichtingen Dienst (MID) direct of indirect actief zijn geweest (Blickman 1993).

Welke rol speelde de Nederlandse missie – en meer bepaald kolonel Hans Valk – voor de staatsgreep (Verhey & Van Westerloo 1982: 3)? En wat was de rol van paracommandant Bas van Tussenbroek als militair attaché en later tijdens de Binnenlandse Oorlog? (Van Westerloo 1996)

Was Ronnie Brunswijk alleen maar een enfant terrible met Robin Hoodachtige trekken te vergelijken met Eden Pastora, commandante zero in Nicaragua, of was hij ook verbonden aan een of verschillende inlichtingendiensten? Welke rolspeelde de Franse veiligheidsdienst tijdens de Binnenlandse Oorlog?18 Hoe kwam het dat een zekere dokter Bonnot zo snel ter plaatse was na de moorden in Moiwana? Wie waren al die geheimzinnige huurlingen die aan de overzijde van de Marowijne opereerden? Wat over de vermeende aanwezigheid van Libiërs in Suriname?

Het aantal vragen waarop tot nu toe geen bevredigend antwoord is gegeven is zeer groot. Het wordt hoog tijd dat rond deze vragen gedegen wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan.


*15) Volgens Woodward (1987) tekende president Reagan de: ‘enabling finding that authorized a limited covert action […] and several hundred thousand dollars was allocated to send a CIA team intoSuriname to gather intelligence and do a coup-feasibility study […]. When the CIA team did return, they had little intelligence and reported that a coup was probably not achievable. The plan was dropped.’ Zowel in 1983 als in 1986 werden plannen vooreen militaire interventie overwogen. Dat gebeurde nogmaals in 1987, maar de Nederlandse en Amerikaanse veiligheidsdiensten dropten de plannen toen bleek dat er geen Surinaamse vrijwilligers werden gevonden om het regime omver te werpen.

*16) Slats (1998: 10). Ook Guyana behoorde tot die ‘achtertuin’. De algemene staking in 1963 werd praktisch geheel gefinancierd door Amerikaanse fondsen. Dat was een relatief goedkope manier voor de CIA om de marxistische georiënteerde Cheddi Jagan af te zetten (Ramsoedh 1996: 155-170).

*17) In de (gecensureerde) De Ware Tijd van 2 en 5 maart 1984 werd meegedeeld dat er in die periode een groep van 20 à 30 huurlingen onder leiding van Ivan Bottse op Franse bodem klaar stond om Suriname binnen te vallen. Was dit waarheid of verdichting?

Scroll to Top