De VALK-these
Over een Nederlandse kolonel en een coup in Suriname (1980)
ELLEN DE VRIES
INHOUDSOPGAVE
- Inleiding – Hoezo geheim? 7
- 1 | De achtergrond – ‘We zullen vechten voor Suriname’ 13
- 2 | Beeldvorming over de coup en kolonel Valks aandeel daarin – ‘Wanneer u, kolonel Valk, ons niet geadviseerd had, dan hadden wij de coup nooit kunnen plegen’ 53
- 3 | De Valk- en Suriname-these onder de loep – Het vissenkomeffect 93
- 4 | Tot slot 149
- Dankwoord 163
- Verantwoording van het archiefonderzoek 165
- ‘Gevoelige documenten’ omtrent de coup 173
- Bronnen 189
- Bijlage – Geheime documenten Valk 243
- Lijst van gebruikte afkortingen 249
- Eindnoten 311
- Namenregister
INLEIDING
Hoezo geheim?
Een steeds oplaaiende kwestie is de mogelijke bemoeienis van de Nederlandse kolonel Hans Valk, met andere woorden Nederland, bij de militaire staatsgreep van 25 februari 1980 in Suriname. Op 8 december 1982 doodde het regime onder bevel van Desi Bouterse vijftien critici. Deze zogenoemde Decembermoorden vormden lange tijd een splijtzwam tussen Surinamers onderling en tussen Nederland en Suriname. Tot in de jaren 90 leefde Suriname onder de militaire knoet. In veler ogen begon ‘het’ allemaal bij de staatsgreep van 1980.
Documenten uit het Tweede Kamer-archief, waarvan verondersteld wordt dat ze het raadsel zouden kunnen oplossen, zijn tot 2060 geheim verklaard. Maar zijn die documenten echt zo geheim, en ligt daarin wel het antwoord besloten?
WEL OF GEEN HULP?
Vreugde over de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 sloeg al snel om in ongenoegen over de wanorde in het land en het leger. De republiek was amper vier jaar oud toen zestien sergeanten onder leiding van sergeant Desi Bouterse – later van 2010 tot 2020 president van Suriname – in de vroege ochtend van 25 februari 1980 de macht grepen.
De marinebasis en het munitiedepot werden overvallen, de Memre Buku kazerne belegerd en het monumentale politiebureau beschoten. De staatsgreep werd omgedoopt tot ‘ingreep’; voor sommigen was dat synoniem aan revolutie. Een inderhaast geregelde amnestieregeling vrijwaarde de coupplegers van vervolging.
Politici popelden om de politiek onervaren militairen met raad en daad bij te staan. In de nieuwgevormde regering was ook plaats ingeruimd voor twee militairen. De grondwet bleef intact.
Aanvankelijk overheerste opgetogenheid. Veel burgers vertrouwden erop dat de nieuwbakken machthebbers orde op zaken zouden stellen. Want ‘erger dan het was kon het nauwelijks worden en nieuwe bezems vegen schoon’.
Die euforie werd al snel verdrongen door scepsis en angst. De militaire machthebbers maakten – eenmaal neergeploft op het pluche – geen aanstalten terug te keren naar de kazerne. Met de mensenrechten namen ze het niet zo nauw. Op 8 december 1982 werden in het Fort Zeelandia vijftien criticasters van het regime doodgeschoten op verdenking van plannen voor een tegencoup. Een daad die tot een schisma leidde tussen Surinamers onderling (aan beide zijden van de oceaan) en de verhouding tussen Nederland en Suriname ernstig troebleerde.
De Decembermoorden waren voor de Nederlandse journalisten Gerard van Westerloo en Elma Verhey aanleiding om uit eerbetoon aan hun Surinaamse vriend en collega Jozef Slagveer in een artikelenreeks voor het weekblad Vrij Nederland te onderzoeken hoe ‘het’ zover had kunnen komen.
Zij ‘onthulden’ in december 1982 dat de Nederlandse kolonel Hans Valk de opstandige militairen in 1980 had aangemoedigd tot een machtsovername die de opmaat vormde tot meer geweld. Valk was hoofd van de Nederlandse Militaire Missie Suriname (NMMS, NMM of MMS) – kortweg de missie – die op verzoek van Suriname gedurende vijf jaar in dit land was gestationeerd om te helpen bij de opbouw van de Surinaamse Krijgsmacht (SKM).
Valk zou Bouterse het noodplan ter beteugeling van eventuele anti-Nederlandse opstanden rond de onafhankelijkheidsviering van 1975 ter hand hebben gesteld, dat later vooral bekend werd onder de mysterieuze naam Operatie Zwarte Tulp. Voorzien van ‘enkele kleine wijzigingen’ diende het als ‘blauwdruk voor een staatsgreep’, aldus de journalisten.
Explosief was het – gelekte – geheime rapport van 7 september 1981 van majoor Koen Koenders van de Nederlandse Landmacht Inlichtingendienst (LAMID), waaruit Van Westerloo en Verhey vrijelijk citeerden. Hun artikel van 30 juli 1983 met de alarmerende kop:
‘Geheim rapport bevestigt: Nederlandse militairen brachten Bouterse aan de macht. De Defensietop verleende rugdekking aan de “strafrechtelijke vergrijpen” van een kolonel’
luidde de ‘affaire Valk’ in.
De regering stelde een onderzoekscommissie in onder leiding van rechter Bart Pronk. Die pleitte kolonel Valk en andere missieleden in 1984 vrij van hulp bij de voorbereiding en uitvoering van de staatsgreep. De conclusie van het vervolgonderzoek in 1985 was eensluidend.
VALK-THESE
Dat de direct betrokkenen, de coupplegers, destijds geen verklaring aflegden, deed afbreuk aan de uitkomsten. Jaren later wees Desi Bouterse in zijn functie van president bemoeienis van Valk en dus Nederland met de staatsgreep resoluut van de hand. Bouterse zelf had het plan geschreven, weersprak hij allerhande gissingen.
Bij ‘belangrijke gebeurtenissen’ dicht Nederland zich graag een rol toe, klaagde de president in 2015 tegenover interviewer en publicist Sandew Hira, met een verwijzing naar zijn favoriete stokpaardje: de superioriteitswaan van de voormalige kolonisator. Zijn woorden maakten weinig indruk.
Twee thesen hebben de beeldvorming rondom de coup van 1980 in belangrijke mate bepaald. Met name de – wat ik noem – Valk-these en in mindere mate de these van de coup van Surinaamse makelij, kortweg de Suriname-these.
Aanhangers van de Valk-these stellen dat Bouterse van zijn levensdagen niet zou willen toegeven ‘hulp’ te hebben gehad van het koloniale Nederland. Zij volharden in de mening dat Valk – die dit zelf pertinent ontkende – medeverantwoordelijk was voor de omwenteling in Suriname.
Die gedachte werd op tv nog eens hardop geventileerd in het geschiedenisprogramma Andere Tijden van 19 maart 2009 door niemand minder dan de vroegere ambassadeur in Suriname Max Vegelin van Claerbergen, kortweg Vegelin, en majoor Koen Koenders van de LAMID. Koenders veronderstelde dat Surinaamse onderofficieren niet op eigen kracht tot het plegen van de staatsgreep in staat zouden zijn geweest. Koenders’ geheime rapport van 7 september 1981 kwam in de uitzending opnieuw ter sprake.
In mei 2009 gunde de toenmalige minister van Defensie, Eimert van Middelkoop, Tweede Kamerleden een confidentieel kijkje in dit rapport, dat in 1984 een van de bijlagen vormde bij het onderzoeksrapport van de commissie-Pronk. Kamerleden hadden het toen ook al ‘vertrouwelijk’ kunnen inzien. Delen eruit waren in het Kamerdebat van 21 maart 1984 besproken.
Toen in 2011 het besluit viel om dit rapport en andere ‘gevoelige informatie’ uit het Tweede Kamer-archief over de mogelijke betrokkenheid van Valk bij de coup tot 2060 achter slot en grendel te stellen, voedde dat evenwel de veronderstelling dat Den Haag iets te verbergen had. Protest alom. Op 2 februari 2021 wist de SP via een motie de ban eindelijk op te heffen.
Bij het ter perse gaan van dit boek was onduidelijk wat dit precies betekent. Ik ving destijds bot. Wachten tot de archieven in 2060 opengaan en alle hoofdrolspelers inmiddels dood zijn, was voor mij geen optie. Menig archiefvorser weet dat documenten vaak op verschillende plaatsen bewaard worden; ik ging op onderzoek uit.
SPEURTOCHT NAAR GEHEIME DOCUMENTEN
Dit boek is de neerslag van die speurtocht en mijn poging de Valk-these en de Suriname-these tegen het licht te houden om klaarheid te brengen in deze historische gebeurtenis, die zulke verstrekkende gevolgen heeft gehad.
Om me een logistieke voorstelling van zaken te maken en de geur van toen op te snuiven, trok ik naar de plaats waar het zich allemaal had afgespeeld: Paramaribo. Ik bezocht de Memre Buku kazerne, wandelde langs het kapotgeschoten politiebureau, aanschouwde in het Legermuseum het kanon dat de schoten erop afvuurde, liep langs de verwelkte bloemenkransen bij het Monument van de Revolutie, toog naar het inmiddels verlaten Fort Bomika, waarin de opstandige militairen met plannen voor een staatsgreep zich destijds verschanst hadden.
Ik sprak in Suriname en weer terug in Nederland met Surinaamse militairen uit de kringen van de coupplegers, Nederlandse militairen, ambtenaren van Defensie, politici en andere direct betrokkenen.
Elke onderzoeker weet dat het een moeizame exercitie is: het jaren nadien bevragen van nog levende ooggetuigen. Het menselijk geheugen is nu eenmaal feilbaar. Hun herinneringen toetste ik aan de literatuur over dit onderwerp, aan inmiddels verbleekte krantenknipsels en soms vervaagde teksten in talloze archieven. Ook bestudeerde ik de hierboven genoemde lijvige rapporten die de onderzoekscommissie onder leiding van Bart Pronk in opdracht van de Nederlandse regering vervaardigde in 1984 en 1985.
Ik kende de kritiek op deze rapporten: ‘kabbelend’, ‘zwak en voor de hand liggend’ en ‘misplaatste duiding’. Ze laten zich helaas niet lezen als een spannende whodunit. Ze zijn wat ze zijn: uiterst gedetailleerde, gortdroge rapporten, onopgesmukte samenvattingen van ruim 140 verklaringen van betrokkenen in zowel Suriname als Nederland, debriefings, nota’s, memo’s en geheime rapporten, waaronder ‘de’ geheime rapporten die tot het oordeel ‘onschuldig’ leidden.
Betekende het feit dat de commissie destijds de betrokkenheid van kolonel Valk niet kon vaststellen dat de commissie haar werk niet goed had gedaan? Legden talloze journalisten, publicisten en onderzoekers daarom de besluiten soms achteloos naast zich neer? Of was er sprake van een tunnelvisie?
Mijn spitwerk in verschillende (andere) Nederlandse bewaarplaatsen bracht het vurig begeerde rapport van majoor Koenders van 7 september 1981 uit het Tweede Kamer-archief boven tafel, dat in 2011 tot 2060 tot staatsgeheim werd verklaard.
Navorsingen wezen uit dat de volgende documenten uit dit archief onder hetzelfde mom evenmin waren in te zien en blijkbaar ook tot de verboden vruchten behoorden:
- Het rapport van majoor Koenders over zijn gesprek met de heer R. Bottse, oud-officier van de Surinaamse Krijgsmacht, van 28 oktober 1980;
- Twee nota’s en de begeleidende persoonlijke brief van kolonel Schulte van de LAMID van 31 december 1982 van het ministerie van Defensie aan secretaris-generaal Peijnenburg van hetzelfde ministerie;
- Het rapport van Valks opvolger, kolonel Maarseveen, van 31 augustus 1981 en de notitie van een gesprek van minister Scholten van Defensie met kolonel Valk van 18 maart 1980 [in aanwezigheid van anderen].
Ik vond ze elders terug. Zo geheim zijn die ‘geheime’ documenten dus eigenlijk niet en zijn ze ook nooit geweest. Verschaften deze én ook andere geheim verklaarde rapporten die ik inzag klip-en-klare antwoorden? Helaas moet ik constateren dat zoveel jaar na dato een precieze reconstructie onhaalbaar is.
Uit dit onderzoek wordt wél duidelijk: een aantal pijlers dat de Valk-these schraagt is dringend aan vervanging toe en al te stellige waarheidsclaims moeten sneven. Die wetenswaardigheid maakt een coup van Surinaamse makelij – de Suriname-these – minder onvoorstelbaar dan gedacht.
Een geheim dat nog op ontsluiering wacht, is de Haagse angstvalligheid om openheid van zaken te geven over documenten die grotendeels al aan de openbaarheid zijn prijsgegeven. In hoeverre was het predicaat ‘staatsgeheim’ eigenlijk van toepassing? Tijdens mijn archiefonderzoek stuitte ik op wat je welhaast een cirkelredenering zou kunnen noemen: de documenten zijn geheim, omdat ze geheim zijn. Het wordt tijd om de wetgeving op dat punt te herzien. Dat voorkomt voortwoekerende mythevorming of nog erger: complottheorieën.
LEESWIJZER
Dit boek is als volgt opgebouwd:
- In het eerste hoofdstuk, ‘We zullen vechten voor Suriname’, schets ik de achtergrond en het verloop van de coup van 1980, vanaf de aanloop naar de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 tot en met de Decembermoorden van 1982.
- In het tweede hoofdstuk, ‘Wanneer u, kolonel Valk, ons niet geadviseerd had, dan hadden wij de coup nooit kunnen plegen!’, beschrijf ik de navolgende gebeurtenissen en beeldverdichting rondom de staatsgreep en de kwestie Valk.
- In het derde hoofdstuk, ‘Het vissenkomt-effect’, zoom ik daar dieper op in en neem ik ook de Suriname-these onder de loep.
- In het vierde hoofdstuk, ‘Tot slot’, vat ik mijn bevindingen samen.
In de bijlage vindt u de transcriptie van geheim verklaarde rapporten, die van belang zijn voor een goed begrip van de kwestie Valk. Het boek sluit ik af met een verantwoording van het archiefonderzoek, noten, bronnen, afkortingen, een namenregister, dankwoord en een vermelding van de sponsors.
DE ACHTERGROND
‘We zullen vechten voor Suriname’
Premier Den Uyl pinkte een traan weg toen de Surinaamse vlag in top gehesen werd. Nadat de laatste woorden van het Surinaamse volkslied waren verstorven – ‘Wi sa feti gi Sranan’ (‘We zullen vechten voor Suriname’) – barstte de feestvreugde los in het overvolle sportstadion in Paramaribo.
Vuurwerk knalde. Op deze dag, 25 november 1975, ontworstelde Suriname zich na ruim driehonderd jaar koloniale knechting – formeel – aan de greep van het koninkrijk. Aangestoken door de feestroes telegrafeerde de Nederlandse ambassadeur naar Den Haag hoe ‘uniek’ het was dat een staatkundige verhouding eindigde ‘zonder enige strijd’ of ‘bloedvergieten’.
Naar later bleek was dat voorbarig.
Deze uitgave kwam tot stand mede dankzij financiële steun van:
- Prins Bernhard Cultuurfonds (www.cultuurfonds.nl)
- Stichting Professor van Winter Fonds (www.vanwinterfonds.nl)
- Stichting Fonds Catharine van Tussenbroek (www.cvtfonds.nl)
IN EEN FELLOWSHIP MET HET NIOD, INSTITUUT VOOR OORLOGS-, HOLOCAUST- EN GENOCIDESTUDIES (WWW.NIOD.NL).
Afbeelding omslag: Cary Markerink
Infographic: Janneke de Jonge, Groningen
De afbeeldingen van J. Demmink en K. Koenders (Tijdbalk) zijn afkomstig uit het NTR-VPRO-programma Andere Tijden (‘Bouterse aan de macht’) van 19 maart 2009.
Omslagontwerp: Erwin Bomans BNO, Leucq!, Hof van Twente
Ontwerp binnenwerk: Daniëlle Balk, Apeldoorn
© 2021 Ellen de Vries, p/a Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, Zutphen
© 2021 p/a Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, Zutphen
www.walburgpers.nl
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Zoveel mogelijk is getracht de eventuele rechthebbenden van de afbeeldingen te achterhalen. Rechthebbenden die in dit verband niet zijn benaderd wordt verzocht zich met de uitgever in verbinding te stellen.
- ISBN: 9789462493070
- e-ISBN: 9789462497450
- NUR: 697
Stichting Professor van Winter Fonds
Source:
Link:
Internal Link:
