Telegram from The Hague to the U.S. Secretary of State on Dutch Comments and Floating Stockpile Concept – May 31, 1960

Document 7

Believe it preferable proceed negotiate third party agreement on basis present text amended insofar as possible meet Dutch comments contained Embassy G-223 of March 27, 1960. While Embassy unaware details floating concept, we question desirability its inclusion third party agreement unless Department envisages Dutch personnel aboard a non-US, non-Dutch vessel. In addition, introduction floating stockpile concept would doubtless cause considerable delay even though we consider Dutch would probably agree, in principle, to idea.

Re floating stockpile concept, Embassy points out that US-Dutch agreement of January 26, 1960 already accepts SACLANT authority to determine location stockpiles “in the Netherlands”. While it may not be possible or desirable stretch this to include storage aboard Dutch ship, it seems here that it might be more appropriate seek understanding about or amendment of January 26 agreement instead of delaying third party one or opening new negotiations. As indication probably Dutch attitude it is recalled that SACLANT included January 26 agreement at Dutch initiative.

YOUNG

GMH/3
Note: Passed USLO SACLANT, Norfolk 5/31/60.
SECRET

RG-59, Central Decimal Files 1960-1963
Box 1263


Dutch Translation

VAN: Den Haag

AAN: Minister van Buitenlandse Zaken USA

Acht het wenselijk te onderhandelingen voort te zetten over een derde-partijovereenkomst op basis van de huidige tekst, aangepast voor zover mogelijk om te voldoen aan de Nederlandse opmerkingen vervat in Ambassade G-223 van 27 maart 1960. Hoewel de ambassade geen details kent van het drijvende-concept, betwijfelen wij de wenselijkheid van de opname ervan in een derde-partijovereenkomst, tenzij het ministerie Nederlandse bemanning aan boord van een niet-Amerikaans, niet-Nederlands vaartuig voorziet. Bovendien zou de introductie van het drijvende-voorraadconcept ongetwijfeld aanzienlijke vertraging veroorzaken, ook al menen wij dat de Nederlanders waarschijnlijk in principe met het idee zouden instemmen.

Met betrekking tot het drijvende-voorraadconcept wijst de ambassade erop dat de Amerikaans-Nederlandse overeenkomst van 26 januari 1960 reeds SACLANT-autoriteit aanvaardt om de locatie van de voorraden “in Nederland” te bepalen. Hoewel het mogelijk niet haalbaar of wenselijk is dit uit te breiden naar opslag aan boord van een Nederlands schip, lijkt het hier meer gepast om te streven naar een begrip of wijziging van de overeenkomst van 26 januari, in plaats van de derde-partijovereenkomst uit te stellen of nieuwe onderhandelingen te openen. Als aanwijzing voor de vermoedelijke Nederlandse houding wordt eraan herinnerd dat SACLANT in de overeenkomst van 26 januari werd opgenomen op Nederlands initiatief.

YOUNG

META DATA

FROM: The Hague

TO: Secretary of State

NO: 1531, May 31, 7 am

Control: 21790 May 31, 1960 7:16 am

SENT DEPARTMENT 1531. REPEATED INFORMATION PARIS 241, LONDON 110, BONN 65

PARIS FOR USRO, THURSTON AND FINN

DEPARTMENT PASS USLO SACLANT

NOFORM FOR WALKER

Reference DEPTEL 1716, repeated information Paris 5053, London 8941, Bonn 2506.

Scroll to Top